Lezingen van de dag

Maandag in de eerste week van de Advent

Uit profeet Jesaja 4,2-6.
Op die dag zal datgene wat de Heer doet ontluiken een luisterrijk sieraad zijn, zal de vrucht van het land een heerlijke tooi zijn voor de overlevenden van Israël.
Wie tot de rest van Sion behoort, wie in Jeruzalem gespaard bleef, wordt dan heilig genoemd: allen die in Jeruzalem ten leven staan opgeschreven.
Wanneer de Heer de drek van Sions dochters heeft weggewist en het bloed van Jeruzalem heeft weggespoeld in een storm van oordeel en een storm van verwoesting,
dan schept de Heer boven heel het domein van de berg Sion en boven degenen die er vergaderd zijn een wolk bij dag, en rook met glans van vlammend vuur bij nacht. Ja, op alles zal de heerlijkheid rusten als een baldakijn,
als een tent die schaduw biedt tegen de hitte overdag en beschutting tegen stortbuien en regen.


Psalmen 122(121),1-2.3-4a.4b-5.6-7.8-9.
Hoe blij was ik toen men mij riep:
Wij trekken naar Gods huis!
En nu mag mijn voet, Jeruzalem
uw poorten binnentreden.
Jeruzalem, ommuurde stad,
zo dicht opeen gebouwd:

Daarheen trekken de stammen op,
de stammen van Gods volk.
Zij gaan naar Israëls gebruik
de Naam van God vereren.
Daar staan de zetels voor het recht,
de troon van Davids huis.

Jeruzalem, die u liefhebben, Wensen u vrede en heil;
Vrede zij binnen uw muren, Heil binnen uw burchten!
Terwille van mijn broeders en mijn makkers
wens ik u vrede toe;
Terwille van het huis van onze God
bid ik voor u om zegen.


Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 8,5-11.
In die tijd toen Jezus in Kafarnaüm aangekomen was,
kwam een honderdman naar Hem toe die zijn hulp inriep met de woorden:
'Heer, mijn knecht ligt verlamd in mijn huis en lijdt vreselijk pijn.'
Hij sprak tot hem: 'Ik zal hem komen genezen.'
Maar de honderd­man ant­woordde: 'Heer, ik ben het niet waard dat Gij onder mijn dak komt;
maar een enkel woord van U is voldoende om mij knecht te doen genezen.
Want al ben ik zelf een ondergeschikte, ik heb weer manschappen onder mij; en tot de een zeg ik:
ga, en hij gaat; en tot een ander: kom, en hij komt; en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.'
Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd en zei tot hen die Hem volgden:
'Voorwaar Ik zeg u: Bij niemand in Israël heb ik een zo groot geloof gevonden.
Ik zeg u, dat velen uit het oosten en het westen zullen komen en met Abraham en Isaak en Jakob zullen aanzitten in het Rijk der hemelen;